Insectenhotel XXL

Imker Ton Nahuijsen zorgde vele jaren vol passie voor de bijen op Lunenburg. Het was dan ook wel een erg grote tegenvaller voor Ton dat hij onlangs ondervond allergisch te zijn geworden voor bijensteken. Ton heeft inmiddels de bijenstal omgebouwd tot een prachtig insectenhotel XXL.  

Op het landgoed Lunenburg staat nu dus een ecologisch XXL insectenhotel. Het biedt onderdak aan diverse insecten die hun verblijf en broedplaats vinden in de holtes in de houtblokken, stenen en de spleten tussen oude bloempotscherven. Rechts en links is ruimte voor rupsen die daar tot vlinders kunnen verpoppen. Boven zijn er tien nestruimtes op een rij voor kolonievogels zoals o.a. de heggemus. Binnen is er langs de achterwand ruimte gemaakt voor egels die daar tussen stro en droge bladeren hun winterslaap kunnen doen. Daar worden ook verschillende muizensoorten aangetroffen.

Wat leeft er in die houtblokken en hoe?

In hoofdzaak leven hier solitaire bijen. In Nederland komen ongeveer 350 soorten voor. Veel voorkomend zijn o.a. zijdebijen, groefbijen, zandbijen, metselbijen en behangersbijen. De meeste soorten maken een nest in de grond, weer anderen kauwen gangen in dood hout of kruipen in spleten of rietstengels en zoals hier in deze houtblokken met al die gaatjes. Eerst wordt er voer binnengebracht. Dat bestaat uit een mengsel van stuifmeel en nectar. Vervolgens wordt een eitje gelegd en opgesloten achter een wandje van klei en zand dat met speeksel is vermengd. Zo kunnen er afhankelijk van de diepte meerdere kamertjes achter elkaar ontstaan. In het voorjaar komen de larven uit. Het wonderlijke is dat het eerst gelegde eitje (achterin het nest) toch als laatste uitkomt. De natuur heeft dit mooi geregeld. De bijen vliegen uit en beginnen na de paring direct met het maken van een nieuw broednestje. De bijen leveren een belangrijke bijdrage aan de bestuiving van bloemen, bomen en planten en zijn dus belangrijk voor de menselijke voedselketen. De vrouwelijke bijen hebben een angel maar die is te kort en niet sterk genoeg om door de menselijke huid te dringen. Ze steken zelden omdat ze geen volk hoeven te verdedigen zoals dat bij honingbijen en wespen wel het geval is. Mannetjes hebben geen angel.

Lieveheersbeestjes en oorwormen

Lieveheersbeestjes nestelen zich het liefst in dichte, natuurlijke materialen. Overdag zijn ze actief met het zoeken naar voedsel. Het Insectenhotel gebruiken ze als overnachtingsplek. Ook gedurende de winterperiode maken ze gebruik van deze huisvesting.

Lieveheerbeestjes zijn nuttig voor de natuurlijke bestrijding van bladluizen. Dat is een belangrijke voedselbron. De oorworm is een alleseter, plantenresten, dood materiaal en kleine diertjes. Ze maken ook de gangen schoon waarin solitaire bijen gewoond hebben.

Vlinders

Dagvlinders, bijvoorbeeld de citroenvlinder, dagpauwoog, kleine vos en admiraal gebruiken het insectenhotel als winterverblijfplaats en als onderdak bij slecht weer. In de winter zoeken de vlinders koele ruimtes uit en overwinteren zij in gaten en andere holtes. De ruimte voor de vlinders wordt ook gevuld met brandneteltakken waarop eitjes zijn afgezet.

Wat leeft er nog meer op Lunenburg

Zoogdieren: Ree, Vos, Marter, Egel, Eekhoorn, Waterrat, Haas, Konijn, Mol, Veldmuis, Spitsmuis, Wezel, Hermelijn, Vleermuis.

Vogels: Ijsvogel, Bosuil, Buizerd, Kolmees, Roodborst, Bonte specht, Sperwer, Torenvalk, Houtduif, Fazant, Koekoek, Merel, Lijster, Spreeuw, Mus, Winterkoning, Braamsluiper, Puttertje, Koolmees, Boomklever, Zwaluw, Kievit, Kraai, Kauw, Zwaan, Eend, Gans, Meerkoet, Lepelaar, Hoentje, Scholekster, Snip, Reiger enz.

 

Vissen, reptielen, weekdieren, schaaldieren en nog veel meer…. Het leeft allemaal op landgoed Lunenburg.

 

De opsomming geeft een kleine indruk van heel veel wat er loopt, kruipt, vliegt en zwemt op landgoed Lunenburg. De zoogdieren en vogels zijn het meest gezien maar in aantallen en soorten vertegenwoordigen insecten en nog veel meer geleedpotigen de ruime meerderheid. Geleedpotigen zijn koudbloedige ongewervelde dieren met een uitwendig skelet (exoskelet). Zij hebben een gesegmenteerd lichaam en meerdelige (gelede) poten. Denk aan spinnen, bijen, wespen, libellen, vliegen, wantsen, duizendpotigen, oorwormen, kreeftachtigen, kevers, enz. Met ruim 80% van de bekende soorten vormen geleedpotigen verreweg de grootste stam van het dierenrijk.

Het insectenhotel is in de plaats gekomen van de vroegere bijenstal. Hier werden gedurende tien jaar honingbijen gehouden die een natuurlijke  bijdrage leverden aan de bestuiving van bloemen, planten en bomen. De honingbij heeft het zwaar gehad in de laatste twintig  jaar maar is gelukkig weer in grote aantallen beschikbaar. De extra aandacht voor de bij heeft veel nieuwe imkers voortgebracht. De bekende varroamijt ziekte is grotendeels onder controle. Het sterftecijfer van de bijenvolken is de laatste jaren enorm gedaald.

Nu is er extra aandacht nodig voor de wilde (solitaire) bijen. Zij hebben het moeilijk vanwege een te eenzijdig voedselaanbod (monocultuur) landbouwgif en andere pesticiden. Het aanbieden van gevarieerd voedsel en het terugdringen van gifstoffen helpt bij het verbeteren van de wilde bijenstand.